Een kleine krokodil met een grote eetlust
Ik kom ze regelmatig tegen als ik over een perceel loop. Zwart, met gele of oranje vlekjes, langwerpig van vorm. Ze doen me altijd een beetje denken aan miniatuur-krokodillen. Niet bepaald schattig. Maar als teler wil je ze graag op je land hebben, want dit zijn de larven van het lieveheersbeestje. En ze hebben een enorme eetlust als het gaat om bladluis.
Eén larve eet in zijn larvenfase tot 800 bladluizen op. Dat is geen klein getal als je bedenkt hoe snel bladluis zich vermenigvuldigt.
Maar hier is de vraag die ik mezelf altijd stel als ik ze zie: is de omgeving goed genoeg om ze hun werk te laten doen? Want een larve die er is, is nog geen larve die effectief is.
Waarom de larve zo waardevol is
Het lieveheersbeestje kent vier stadia: ei, larve, pop, volwassen kevertje. De larve is verreweg de meest vraatzuchtige. Hij kan niet vliegen, blijft op de plek waar hij is en heeft maar één doel: eten en groeien.
Dat maakt hem ideaal voor plaatselijke bladluisbestrijding. Geen vluchtig gedrag, geen afhankelijkheid van het weer om te verplaatsen. Hij blijft gewoon bij de plaag.
Wat veel telers wel weten: bladluis verspreidt virussen via zijn speeksel. Die virusoverdracht is vaak schadelijker dan de directe zuigschade zelf. Vroeg ingrijpen of beter nog: een omgeving creëren waar de larve zichzelf in stand houdt, is daarom de slimste aanpak.
Wat de larve nodig heeft
En nu komt het. Een larve werkt alleen goed onder de juiste omstandigheden. Dit zijn de drie voorwaarden die ik in de praktijk het meest zie mislopen:
- Temperatuur. Onder de 15 graden stopt de larve met eten. Hij beweegt nauwelijks nog. Zet ze dus niet uit bij kou of vroeg in het seizoen als de nachten nog fris zijn.
- Mieren. Dit is de meest onderschatte fout. Mieren beschermen bladluis actief. Ze leven van de honingdauw die de luis uitscheidt. In ruil
daarvoor jagen ze larven van het lieveheersbeestje weg. Zie je mieren bij je gewas? Dan zijn je larven kansloos zonder dat je die mieren eerst aanpakt. - Chemische middelen. Heb je recent gespoten? Dan kunnen de larven schade ondervinden van restanten op het blad. Wacht minimaal een paar
dagen voor je biologische bestrijders inzet.
Wat je kunt doen om ze te laten slagen
De larve is gratis als hij van nature op je land voorkomt. Maar ook als je ze inzet, gelden dezelfde regels:
Zet ze uit bij windstil en droog weer, vroeg in de ochtend of ’s avonds. Hang ze zo dicht mogelijk bij de bladluishaarden. Houd de omgeving in de gaten op mieren. En geef ze tijd — het duurt 1 tot 2 weken voor je effect ziet.
Wat ik waardeer aan de larve van het lieveheersbeestje: hij vraagt niets van je behalve de juiste omstandigheden. Geen ingewikkeld toepassingsschema, geen nauwkeurige dosering. Gewoon een plek waar hij kan eten.
Dat is eigenlijk hoe ik naar plantweerbaarheid kijk. Niet ingrijpen, maar de omgeving zo inrichten dat de natuur haar werk kan doen.
Zie je de larven op je perceel? Loop dan eens na of mieren in de buurt zijn. Dat vertelt je meer over het succes van je biologische bestrijding dan het tellen van de larven zelf.
Op deze website vertel ik meer over plantweerbaarheid en bodemleven.
Ben je nieuwsgierig wat deze nieuwe inzichten betekenen voor jouw grond of teelt? Of wil je zelf bewuster omgaan met bodemgezondheid?
Laat je adviseren door een expert in bodemonderzoek, coaching en duurzaam bodembeheer. Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies, een bodemcheck of om mij in te huren als gastdocent.